Leren haken: de beginlus, lossen, vasten en stokjes

Haken is hip!  En terecht. Haken is namelijk helemaal niet moeilijk, je kunt er super leuke dingen mee maken, het is chill om (samen) te doen en je neemt het makkelijk overal mee naar toe. Alle reden dus om het te leren. Verschillende blogsters van Huis van Belle zijn er al mee begonnen. Nu jij nog! Ik leg je stap-voor-stap uit hoe je moet haken.

Je hebt haaknaalden in allerlei soorten en maten. Ze zijn er van kunststof, metaal, hout, bamboo en aluminium en vaak staat er op welke maat de haaknaald heeft. Om de wol of het garen dat je koopt, zit altijd een label. Daarop staat veel informatie, waaronder de maat van de haaknaald die je nodig hebt om er goed mee te kunnen haken. Ik heb katoen van Phildar gebruikt met haaknaald 3.00. Je koopt de wol onder andere bij Euroland / Wibra. Bij de Wibra koop je ook haaknaalden.

De beginlus


Om te beginnen maak je een rondje van het draad waar je de haaknaald doorheen steekt. Vervolgens pak je de draad met de haak vast en haal je hem door de lus heen. Trek voorzichtig aan, totdat de lus om de haak heen zit. Je bent nu klaar om te haken!

Lossen haken

Een haakwerk begin je altijd met een ketting van losse steken, je noemt die lossen of kettingsteken.

  • Neem de haaknaald in je schrijfhand en de lange draad in de andere. Je houdt de haaknaald vast zoals je ook een pen vasthoudt.
  • Met je linkerhand leg je vervolgens de draad om de haaknaald, tussen de lus en de haak in.
  • Trek de draad door de lus heen en trek de draad aan.

Je hebt nu een nieuwe steek gehaakt, als je dit maar vaak genoeg herhaald krijg je een ketting van lossen. Niet moeilijk toch?

Vasten haken

Okay, een ketting kun je nu haken, maar hoe maak je er een lapje van? Daarvoor heb je vaste steken nodig. Haak maar eens 10 lossen. Je ziet dat ze eruit zien als kleine v-tjes of hartjes. In die steken kun je nieuwe steken maken.

  • Haak aan het eind van je ketting één extra losse. Deze noem je de keerlosse, die moet je altijd maken om een nieuwe rij te beginnen. Deze losse hoort dus bij de nieuwe rij en niet bij de beginketting.
  • Sla de keerlosse over en steek de haaknaald in de volgende steek.
  • Sla de draad om de naald en haal die door de steek heen. Je hebt nu twee lussen om je haaknaald heen.
  • Sla de draad nog een keer om de haaknaald heen en trek die door de twee steken.

Je hebt nu een vaste steek gehaakt. Herhaal dit in alle volgende lossen. Je ziet dat de ketting nu vorm krijgt.

Stokjes haken

Een stokje geeft net als de vaste ‘body’ aan een haakwerk. Alleen is een stokje hoger dan een vaste. Heb je een rijtje vasten gemaakt? Als je bovenop je haakwerkje kijkt, zie je dat iedere steek van boven een soort v-vorm heeft. Daar kun je weer nieuwe vasten of stokjes op haken. Zullen we eens stokjes proberen?

    • Haak eerst 3 keerlossen, deze tellen als het eerste stokje. Zo ben je op de goede hoogte om je eerste stokje te haken.Voordat je de draad door het eerste v-tje steekt, sla je er eerst een draad omheen. Dan pas steek je de haaknaald door de eerste steek van de vorige rij heen.
    • Pak de draad met de haak en haal die door de steek heen. Je hebt nu drie draden op je haaknaald: de draad die je net door de steek hebt getrokken, de draad die je er eerst omheen geslagen hebt en de bovenste keerlosse.
    • Sla de draad om de naald en trek die door de eerste twee lussen op je haak. Je hebt nu nog twee lussen op je haak.
    • Sla nog een keer de draad om de haaknaald en haal die door de twee overgebleven lussen heen. Je stokje is klaar.

Herhaal dit in elke steek van de vorige rij. Je hebt nu een rij stokjes op een rij vasten gemaakt. Gefeliciteerd je kunt nu haken!

Vaatdoekje haken

Wil je een project? Haak dan eens een vaatdoekje.

  • Begin met 40 lossen.
  • Haak dan 3 keerlossen (dat geldt als 1 stokje) en haak een stokje in de laatste losse van de ketting.
  • Haak een losse in alle volgende vasten van de vorige rij. Je hebt nu één rij gehaakt.
  • Haak net zoveel rijen tot je een vierkantje hebt. Wissel ook af met rijen vasten. Je kunt eventueel met verschillende kleuren werken. Ik heb steeds roze gebruikt voor de stokjes en wit voor de vasten.
  • Als het vierkantje af is, knip je de draad af en trek je hem door de laatste steek heen. Werk de draad weg in het haakwerk met de haaknaald of een stopnaald.
  • Je kunt nu nog een randje om je vaatdoekje heen haken. Steek daarvoor de naald steeds tussen twee steken in en haal de draad er doorheen. Haak als een vaste.

 

Deze blog werd geschreven door Frouckje