Overvloedige Genade

Soms vind ik het moeilijk om naar God te gaan. Dit gevoel heb ik vooral tijdens periodes waarin ik het geloof, of beter gezegd, God, op een laag pitje heb staan. Ik ben altijd wel stabiel in mijn geloof, begrijp me niet verkeerd, maar er zijn soms weken waarin het allemaal wat minder vanzelf gaat. Ik lees minder in de bijbel, ik moet mezelf er écht toe zetten om te bidden en in gesprek te gaan met God, de keuzes die ik maak zijn meer gebaseerd op mijn eigen inzichten dan op Gods wijsheid en de livestream kijken van de kerkdienst op zondag is meer een uitzondering op de regel dan een vast ritme. Tijdens dit soort periodes heb ik het juist zo nodig om naar God te gaan en om opnieuw met Hem te beginnen. Om alles voor Hem neer te leggen en even bij de Vader te zijn. Waarom is het dan juist in deze periodes het moeilijkst om naar God te gaan?

Strever

Van mijzelf ben ik een strever. Dit betekent dat ik altijd alles zo goed mogelijk wil doen. Ik wil mooie cijfers halen op school, ik wil een goede dochter zijn voor mijn ouders, ik wil een trouwe vriendin zijn voor mijn vriendinnen en ga zo maar door. Dit is een heel mooie eigenschap: het zet mij ertoe om hard te werken voor de dingen die ik wil bereiken. Het kan dus iets heel moois zijn. Het kan echter ook destructief werken. Zo betrap ik mezelf er wel eens op dat ik in mijn relatie met God ook een strever ben. Ik wil alles goed doen voor Hem. Het liefst lees ik elke dag uit de Bijbel, bid ik elke dag voor alle mensen om mij heen, ga ik elke zondag naar de kerk, lees ik elke week een boek over het christelijk geloof en geef ik alles wat ik heb aan goede doelen. Graag zeg ik dat ik dit allemaal wil doen omdat ik zo veel van God hou en alles voor Hem over heb, maar ik weet dat dat niet het hele verhaal is. Diep in mijn hart weet ik namelijk dat ik dit gedrag vertoon omdat ik, ergens diep in mij, het gevoel heb dat ik de liefde van God kan of zelfs moet verdienen.

Verdienen?

Uit angst dat ik niet goed genoeg ben, probeer ik een zo goed mogelijke christen te zijn, zodat ik, mocht het nodig zijn, iets kan aanhalen als bewijs dat ik Gods liefde ‘verdien’. Ik heb toch elke dag gebeden? Ik ben toch elke week naar de kerk gegaan? Ik heb toch elke maand trouw goede doelen gesteund? Wanneer ik dan door een periode ga waarin ik al deze dingen minder of niet doe, vind ik het moeilijk om naar God te gaan, omdat ik voor mezelf al heb besloten dat ik Zijn liefde niet verdien. Niet vandaag. Misschien morgen, als ik wél in de bijbel heb gelezen. Of de dag erna, wanneer ik tijdens de aanbidding met mijn handen in de lucht heb gestaan. Maar niet vandaag, een dag waarin ik niet heb gebeden, een dag waarin ik niet in de bijbel heb gelezen en geen preek heb gekeken. Puur omdat ik mezelf niet goed genoeg vind om naar God te gaan, creëer ik afstand. En dat is wel het laatste wat God wil.

Niets kan mij scheiden

In mijn hoofd weet ik het heel erg goed: er is niets wat mij kan scheiden van de liefde van God (Rom 8:38-39). Ik weet heel goed dat het God niet gaat om wat ik allemaal voor Hem doe. Het gaat Hem om mijn hart. Waarom maak ik dan zelf wel zo’n groot ding van wat ik allemaal ‘goed’ moet doen voor God? Als God zegt dat ik mag komen zoals ik ben, dat het niet uitmaakt of ik vandaag wel of niet in de bijbel gelezen heb, waarom sta ik mezelf dan in de weg wanneer ik naar God wil gaan?

Uit het raam

Herken je dit? Dat je jezelf er soms op betrapt dat je Gods liefde probeert te verdienen? Of heb je juist jezelf al veroordeeld, omdat jij het niet zou verdienen om naar God te gaan? Dan heb ik goed nieuws voor jou: er is niets dat ervoor kan zorgen dat Gods liefde groter of kleiner wordt voor jou. Laten we dus vandaag stoppen met het proberen om Zijn liefde te verdienen. Laten we het hele verdienmodel uit het raam gooien, want dat is niet waar het om gaat bij God. Het gaat God om je hart. Hij heeft de weg al vrijgemaakt, zodat wij dat niet meer hoeven te doen. Omdat Jezus ons zo liefhad dat Hij voor ons is gestorven aan het kruis, is het niet meer nodig om Gods liefde te verdienen. We mogen zonder enige aarzeling tot Gods troon naderen, niet om wie wij zijn of om wat wij gedaan hebben, maar om wie Hij is.

Hebreeën 4:16 zegt (HTB):

Laten wij daarom vrijmoedig naar de troon van God gaan om van Hem genade te ontvangen, om hulp te krijgen, juist in de ogenblikken dat wij het moeilijk hebben.

 

Let it go…

Laten we alles waardoor wij ons niet goed genoeg voelen om naar God toe te gaan loslaten. Alle imperfecties, alle dagen waarop we niet in de bijbel hebben gelezen, alle keren dat we bewust niet hebben gebeden terwijl we wisten dat dit wel het beste was om te doen, alle zondagsdiensten die we geskipt hebben: laten we het loslaten en de moed hebben om naar God te gaan, zoals de Bijbel ons oproept. Hij wacht op ons, in overvloedige genade. Laat niets ons ervan weerhouden om naar God toe te gaan, want er is absoluut niets dat ons kan scheiden van Zijn liefde. We mogen gaan beseffen dat Gods genade iedere dag nieuw is voor ons, en dat we iedere morgen opnieuw bij Hem mogen komen. Hoe we ons ook voelen en wat we wel of juist niet gedaan hebben. Zijn overvloedige genade is er elke dag weer, en dat is waar het om draait.

Wat zijn dingen die jou ervan weerhouden om naar God te gaan?

 

 

 

Foto: Milada Vigerova @ Unsplash